CPJ: 48 journalisten gedood in 2016
Volgens het Committee to Protect Journalists (CPJ) zijn er dit jaar minder journalisten gedood dan in de voorgaande jaren waarin trieste records werden gevestigd. Tussen 1 januari en 15 december 2016 zijn 48 journalisten gedood. In 2015 stond de teller nog op 72. CPJ onderzoekt nog of de dood van 27 andere journalisten werkgerelateerd is.
Meer dan de helft van het aantal slachtoffers werden gedood bij gevechten. 26 journalisten kwamen om bij de conflicten in Syrië, Irak, Jemen, Libië, Afghanistan en Somalië. In Syrië vielen de meeste doden: veertien. Irak staat op een tweede plek met zes doden en de top drie wordt afgerond met Jemen waar ook zes journalisten werden gedood.
CPJ maakt ook nog melding van Islamitische Staat. De terreurorganisatie wordt, sinds 2013, verantwoordelijk gehouden voor de vermissing van elf journalisten. Het vermoeden bestaat dat de journalisten dood zijn, maar ze zijn niet meegenomen in de cijfers omdat hun lot niet bevestigd kan worden. De verwoesting van journalistieke gemeenschappen in de afgelopen jaren door extremistische groeperingen zou wel eens een van de vele mogelijke redenen kunnen zijn voor de daling van het aantal moorden in 2016, schrijft CPJ. Als voorbeeld wordt Somalië gegeven. Intimidatie en weinig hoop op rechtspraak heeft de media daar verzwakt en uitgeput. Het land staat al twee jaar op de eerste plek in de lijst van landen waar moorden op journalisten onbestraft blijven. Straffeloosheid bevordert zelfcensuur.
Andere conclusies die CPJ trekt zijn dat fotografen en cameramensen het gevaarlijkste beroep hebben. Twintig procent van het aantal doden is freelancer en negen op de tien journalisten die worden omgebracht komen uit de regio.
CPJ houdt sinds 1992 de lijst bij. Andere journalistenorganisaties zoals IFJ en RSF houden ook een lijst bij. Vaak wijken de cijfers af, maar dat is te verklaren door het gebruik van verschillende criteria.


Praat mee